Kort uitgelegd: Merels zijn zachtvoereters en hebben ander voedsel nodig dan zaadeters. Geef ze havermout, rozijnen, appels, haver of speciaal zachtvoer. Plaats het voer op de grond of op een laag, open voerplateau, want merels eten het liefst van de grond. Vermijd brood, zout en kruiden.
Inleiding: de bijzondere behoeften van de merel
De merel is een van de meest voorkomende en geliefde tuinvogels. Zijn melodieuze zang en vertrouwde karakter maken hem tot een gewaardeerde gast. Bij het voeren van vogels wordt hij echter vaak over het hoofd gezien.
Waarom? Gewoon vogelvoer is meestal gericht op zaadeters zoals mezen of vinken. Merels zijn echter zachtvoereters. Hun snavelvorm is gemaakt om wormen, bessen en fruit op te pikken, niet om harde zonnebloempitten te kraken.
Verkeerd voeren helpt ze niet. Het kan zelfs schadelijk zijn. Dit artikel laat zien hoe je tuinvogels zoals de merel op een diervriendelijke en effectieve manier ondersteunt.
Wat eten merels? Het juiste voer in detail
Het menu van een zachtvoereter
Merels voeden zich in de natuur met regenwormen, slakken en insecten. In de herfst en winter staan bessen, gevallen fruit en zaden op het menu. Hun voeding moet aansluiten bij deze natuurlijke voorkeuren.
Ideaal zijn:
- Gedroogde bessen en rozijnen: Week ze voor het voeren in water.
- Havermout (ongezouten en ongezoet).
- Klein gesneden appels, peren of druiven.
- Speciaal mengvoer voor zachtvoereters, verkrijgbaar bij de vakhandel.
- Gehakte noten (ongezouten) met mate.
Een klassiek vetvoer is voor merels vaak ongeschikt, omdat ze bij de mezenbollen nauwelijks voer vinden.
Belangrijke tip
Geef nooit brood, zoute of gekruide etensresten. Brood zwelt op in de vogelmaag, onttrekt water en biedt onvoldoende voedingsstoffen. Zout is giftig voor vogels.
Zelf voer maken: een eenvoudig recept
Je hoeft geen duur speciaalvoer te kopen. Meng twee delen havermout met een deel rozijnen. Voeg wat gehakte, ongezouten pinda's uit de categorie pinda's voor vogels toe. Bevochtig het mengsel licht met water of appelsap. Zo kunnen de merels de droge delen gemakkelijker doorslikken.
„Een jaarrond voeren met diervriendelijk voer helpt vogels niet alleen in de winter, maar ook tijdens de jongenzorg in het voorjaar, wanneer het natuurlijke insectenaanbod tijdelijk schaars kan zijn.“
Waar voeren? De optimale plek voor merels
Grond versus voederhuisje
Merels zijn typische grondeters. Ze zoeken hun voedsel op het gazon of onder struiken. Een klassiek, hoog voederhuisje is voor hen een slechte keuze.
Bied het voer direct op de grond aan. Kies een vrije, overzichtelijke plek. Zo zien de vogels naderende vijanden zoals katten vroegtijdig. Een platte steen of een omgekeerde bloempot-onderzetter is een goede vaste ondergrond.
Bescherming tegen rovers en weer
Het grootste gevaar op de grond zijn katten. Plaats de voerplek idealiter drie tot vijf meter van het dichtstbijzijnde verstopplek zoals een dichte struik. Een open grasplek is veiliger dan een plek direct aan de haag.
Bescherm het voer tegen regen en sneeuw. Nat zachtvoer bederft snel. Een eenvoudig, licht dak van hout of kunststof helpt. Een stevige kan dienen als regenbescherming boven een verhoogd platform.
Professionele tip
Leg een stuk (onkruidfolie) onder je grondvoerplek. Dit voorkomt dat gras of onkruid door het vallende voer omhoog groeit en de plek overwoekert. De folie is waterdoorlatend en rot niet.
Wanneer voeren? Jaarrond of alleen in de winter?
Het debat over wintervoeding
De klassieke wintervoeding voor vogels heeft zijn nut: bij vorst en een gesloten sneeuwdek vinden vogels nauwelijks natuurlijk voedsel. Voer dan extra regelmatig, het liefst 's ochtends en laat in de middag.
Alleen wintervoeren is echter achterhaald. Veel vogelexperts raden tegenwoordig aan om het hele jaar door te voeren. De reden: in opgeruimde tuinen en door de insectensterfte ontbreekt het ook in de zomer aan eiwitrijk voedsel voor de jongenzorg.
„De moderne, vaak steriele tuin biedt veel vogels geen toereikende voedselbasis meer. Een diervriendelijke bijvoeding kan daarom in elk seizoen een belangrijke steun zijn.“
Aanpassing aan de seizoenen
Pas het voeraanbod aan het verloop van het jaar aan. In het voorjaar en de zomer hebben broedende merels meer dierlijke eiwitten nodig. Bied dan extra gedroogde meelwormen aan. Let in de zomer op absolute hygiëne, want bij warmte vermenigvuldigen ziekteverwekkers zich snel.
Verwijder oude voerresten dagelijks. Reinig de voerplek regelmatig met heet water. Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen.
Hoe creëer ik een vogelvriendelijke tuin?
Meer dan alleen voeren
De beste hulp voor tuinvogels merel is een natuurlijke tuin. Die biedt natuurlijk voedsel en beschutting. Plant inheemse struiken zoals vlier, meidoorn of sleedoorn. Hun bessen zijn perfect vogelvoer.
Laat in de herfst bladhopen en wat gevallen fruit liggen. Merels vinden hier insecten en wormen. Een composthoop is een ware goudmijn voor ze. Ontdek geschikte planten en accessoires in onze categorie Tuin + plantenaccessoires.
Aanvullend advies
Vogels hebben het hele jaar door schoon drink- en badwater nodig. Zet een ondiepe schaal neer. Maak deze dagelijks schoon. In de winter is het voldoende om het water twee keer per dag te verversen. Gebruik nooit antivriesmiddel.
Bescherming tegen natuurlijke vijanden
Naast katten zijn ook sperwers en eksters natuurlijke vijanden van de merel. Een dichte, doornige struik zoals een berberis of vuurdoorn biedt de vogels een veilige schuilplaats. Plaats voederplekken in de buurt van zulke schuilplaatsen, maar niet er direct onder.
Om fruitbomen of bessenstruiken die u zelf wilt oogsten te beschermen tegen vogels, gebruikt u speciale netten. Een (vijvernet) kan ook dienen als vogelnet voor kleinere bomen. Span het losjes, zodat er geen vogels in verstrikt raken.
Veelgemaakte fouten bij het voeren van merels
Verkeerd voer, verkeerde plek
De grootste fout is de aanname dat alle vogels hetzelfde voer eten. Zaadmengsels voor vinken worden door merels meestal genegeerd. Ze rotten op de grond en kunnen ratten aantrekken.
Een andere fout is het voeren direct bij het raam of de ruit. Merels schrikken snel en vliegen op. Botsingen met glas zijn vaak dodelijk. Houd minimaal twee meter afstand tot grote raamoppervlakken.
Hygiëne wordt verwaarloosd
Vogelpoep en beschimmeld voer hopen zich snel op bij de voederplek. Dat is een broedplaats voor salmonella en andere vogelziekten. Ruim regelmatig op. Gebruik voor plekken op de grond het beste onderleggers die u makkelijk kunt schoonmaken of vervangen.
Een dikke laag grof grind onder de voederplek kan helpen. Het droogt sneller uit dan kale grond en is makkelijker schoon te houden. Materiaal daarvoor vindt u in de categorie Tuin + buiten.
Conclusie: Eenvoudige hulp met groot effect
Merels op de juiste manier voeren is geen grote moeite. Het vereist alleen kennis van hun bijzondere behoeften als zachte-voer-eters en bodemvoedselzoekers.
Stop met het verkeerd voeren van broodresten. Bied in plaats daarvan rozijnen, appels en havermout aan op een veilige, overzichtelijke plek op de grond. Houd de plek schoon.
Met deze maatregelen levert u een directe bijdrage aan vogelbescherming in uw tuin. U wordt beloond met de aanwezigheid van de gevederde gasten en hun gezang. Elke nog zo kleine tuin kan zo een belangrijke toevluchtsoord worden voor onze inheemse vogelsoorten.
Veelgestelde vragen
- Wat eten merels het liefst?
- Merels geven de voorkeur aan zacht voer zoals gedroogde bessen, rozijnen, havermout, fijngesneden appels en speciaal mengvoer voor zachte-voer-eters. In tegenstelling tot zaadeters kunnen ze harde zaden nauwelijks kraken.
- Moet je merels in de zomer voeren?
- Het hele jaar door voeren met geschikt voer wordt door veel experts aanbevolen, omdat het natuurlijke voedselaanbod ook in de zomer vaak schaars is. Vermijd echter vetvoer bij hoge temperaturen.
- Waar zet ik het voer voor merels neer?
- Plaats voederplekken voor merels direct op de grond of op een lage, overzichtelijke plank. Merels zijn bodemeters en mijden hoge, smalle voedersilo's of mezenbollen.
- Is brood geschikt voor merels?
- Nee. Brood zwelt op in de maag, biedt nauwelijks voedingsstoffen en kan zelfs schadelijk zijn. Gebruik in plaats daarvan soortgeschikt vogelvoer uit de vakhandel of speciaal zacht voer.
- Hoe bescherm ik de voederplek tegen katten?
- Kies een overzichtelijke plek met vrij zicht rondom. Struiken moeten minimaal drie meter afstand hebben, zodat de vogels naderende katten op tijd kunnen zien.
Dit vindt u misschien ook interessant
- Vogels voeren: wanneer is het juiste moment? Mezenbollen getest
- Vogelvoeding in de winter: zo helpt u goed
- Wilde vogels in de tuin: zo maakt u nesthulpen en voederplekken
- Vogelvoer goed bewaren: versheid & veiligheid voor vogels
- Vogels in de tuin voeren: het hele jaar door goed handelen
- Tuinvogels herkennen: welke soorten bezoeken uw tuin?